De achtste van Bethlehem

Aan het eind van het boek Ruth geeft de verteller zijn verhaal nog een extra dimensie: Het kind (Obed) dat Ruth en Boaz krijgen, zal de grootvader zijn van koning David. Daarmee beschrijft dit boek ook iets van de ‘wordingsgeschiedenis’ van het koningschap in Israël. Wie het heeft over het huis van David, heeft het niet alleen over Betlehem en herderschap. In het koningschap van David klinkt ook altijd iets mee van een vrouw uit Moab. Een vrouw die op het eerste gezicht geen toekomst meer had, een buitenlandse die in Betlehem weinig te zoeken leek te hebben. Een buitenbeentje, iemand die niet meetelde. Een vrouw die we leerden kennen aan een graf. Maar uiteindelijk bleek zij een vrouw te zijn die meer waard is dan zeven zonen van Betlehem.

Jaren later zou de profeet Samuël naar Betlehem komen om een koning te zalven. Zeven zonen van Isaï werden aan hem voorgesteld, maar zij waren het allemaal niet. Toen de profeet vroeg of dit alle zonen waren, bleek dat er nog een was die op de schapen zat te passen. Een buitenbeentje, een die niet echt meetelde. Uiteindelijk bleek hij meer waard dan de zeven andere zonen. Wie het verhaal van zijn overgrootmoeder Ruth kent, kijkt er al iets minder van op. Zo gaat het nu eenmaal, in Betlehem. Bij God gaat het net anders dan je zou verwachten.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *